Renate Postma over leren, bouwen en kansen grijpen voor de Wijk van Morgen
In de achtertuin van een huis in de Zwolse Seringenstraat begon het. Een bewoner die aan het vergroenen sloeg, zijn buren erbij haalde, en ineens was er iets in beweging. Dat beeld staat Renate Postma nog steeds voor ogen als ze uitlegt waar Regiolab Wijk van Morgen (RWvM) vandaan komt. “Dat was het allereerste beginnetje van de beweging,” zegt ze.

Renate is senior beleidsadviseur bij de afdeling Ruimte en Economie van de gemeente Zwolle en al jaren -een drijvende kracht, eerst achter Climate Campus, nu als aanjager van Regiolab Wijk van Morgen. Wat houdt haar gaande? “Ik heb de intrinsieke overtuiging dat we iets móeten met deze vraagstukken. Als het tegenzit en ik over de eerste dip heen ben, denk ik al snel: hoe kan het wel? Want samenwerken móet. Om de grote opgaven van deze tijd aan te kunnen. En om het vertrouwen in elkaar te herwinnen.”
Een matje vlechten

Het programma RWvM bestaat uit projecten die bijdragen aan zeven actielijnen. Het zijn projecten zoals het gelijknamige project Regiolab Wijk van Morgen van Regio Deal Regio Zwolle, het TKI-project Proeftuin Watercirculaire Wijk, de Interreg-projecten RAINBOW en DISCO, en Landingsplaats Makersfabriek. Hoe zorg je voor samenhang in zo’n divers palet? Renate grijpt naar een beeld uit haar jeugd. “Wij zijn eigenlijk een matje aan het vlechten. Ieder project is een lint, iedere actielijn een strook. Samen wordt het een samenhangend, sterk geheel doordat projecten dwars door actielijnen heen met elkaar verbonden zijn.”
Het is een belangrijke les uit de Climate Campusjaren: samenwerking krijgt pas echt vorm als je samen ergens concreet mee aan de slag gaat. “Door samen projecten te formuleren —dit gaan we doen, zo betalen we het—zie je eigenaarschap ontstaan.” De kunst is dan om het niet centraal te willen organiseren. Groepjes partners pakken hun eigen project op, rondom wat voor hén belangrijk is. Harde afspraken worden op projectniveau gemaakt. Zo kun je ook lopende en nieuwe projecten verbinden. Een project om een wijkaanpak te ontwikkelen en het maken van integrale afwegingen en co-creatie aan te jagen. Een ander project dat zich richt op digitale oplossingen om dat aanjagen te faciliteren en te versnellen. De samenhang ontstaat door te zorgen dat elk project raakt aan meerdere actielijnen. En doordat verschillende partners aan meer dan één onderdeel werken. “Dat helpt iedereen om te verbinden — en het voorkomt dat men naar één partij kijkt om de samenwerking te regelen. Iedereen kan zelf een actieve rol pakken.”
‘Wensenlijst’
Een voormalige leidinggevende vroeg haar ooit: hoe kan het toch dat bij jou alles altijd net toevallig past? Renate lacht. “Dat is helemaal niet toevallig. Ik heb een ‘wensenlijst’ die ik al jaren achter me aansleep. Van tijd tot tijd doen zich kansen voor, waardoor ik wensen uit de lijst kan vervullen.” Zo ging het bijvoorbeeld ook met het TKI-project: ideeën die al lang sluimerden rond de watercirculaire stad, konden plots in acht dagen tot een projectplan worden geschreven. Omdat de basis er al lag en een goede, langjarige samenwerking met onder andere Nanco Dolman van Deltares.
Aan het eind van dit programma, in 2028, hoopt Renate dat alle partners, inclusief bewoners, zeggen: dit is de goede richting, nu zetten we nieuwe stappen. Niet als afsluiting, maar als aanloop naar een vervolgprogramma 2029 en verder. “Uiteindelijk wil je steeds meer richting uitvoering. En alles wat we leren, moet ook in andere wijken in de regio en bij andere partners kunnen landen. Dat moet lukken, toch?”

